U wilt een woning voor uw moeder in de tuin. Of voor uw volwassen zoon die de woningmarkt niet op kan. Of misschien denkt u vooruit en vraagt u zich af: kan ik straks bij mijn kinderen op het erf wonen, nog voordat ik echt zorg nodig heb? U zoekt op “familiewoning” omdat u wil weten of dit gewoon kan. En u stuit al snel op onduidelijke regels, tegenstrijdige berichten over nieuwe wetgeving en gemeenten die per regio anders lijken te denken.
U bent niet de enige die daardoor vastloopt. Bij GoudStaete begeleiden wij dagelijks gezinnen die in exact deze situatie zitten. Wij volgen de ontwikkeling van de Wet versterking regie volkshuisvesting en het bijbehorende uitvoeringsbesluit op de voet, kennen de huidige gemeentelijke regels en weten wanneer een vergunning nog wel of juist niet nodig is.
In dit artikel leest u wat een familiewoning is, hoe de nieuwe wetgeving werkt, wanneer u nu al kunt beginnen, welke regels altijd blijven gelden en wat er met de woning gebeurt als de situatie verandert. Na het lezen weet u waar u staat en wat uw volgende stap is.
Voor wie is een familiewoning bedoeld? Drie situaties die u herkent
Uw ouder heeft meer hulp nodig en u wilt hem of haar dichterbij halen
U merkt dat uw vader moeite heeft met de trap of dat uw moeder vaker vergeet. U wilt dichtbij zijn, maar u zoekt ook een oplossing die ieders zelfstandigheid respecteert. Een woning op uw eigen erf lijkt ideaal, maar u twijfelt: mag dat, en moet u dan mantelzorg aantonen?
Uw kind heeft een betaalbare, zelfstandige woonplek nodig
De woningmarkt is ontoegankelijk voor veel jongvolwassenen. Uw kind woont thuis, heeft net een scheiding doorgemaakt of studeert en vindt niets betaalbaars. U heeft ruimte in uw tuin en wil helpen, maar u vraagt zich af of dit juridisch mag en of het later problemen oplevert.
U plant vooruit en wilt weten wat er straks voor uzelf mogelijk is
U bent 58 of 62 jaar, kerngezond, maar u wilt grip houden op de toekomst. U denkt na over wonen bij uw kinderen als u ouder wordt. Niet omdat u nu zorg nodig heeft, maar omdat u niet wil wachten tot het een crisis is. U vraagt zich af: kan ik dit nu al regelen, of moet ik wachten?
Alle drie de situaties vallen onder de noemer “familiewoning.” En de regels daarvoor zijn op dit moment in beweging.
Familiewoning of mantelzorgwoning: wat is het verschil?
Een mantelzorgwoning vereist een aantoonbare zorgrelatie
Een mantelzorgwoning is bedoeld voor situaties waarin iemand daadwerkelijk mantelzorg verleent aan een ander. Denk aan een kind dat wekelijks zorgtaken uitvoert voor een hulpbehoevende ouder. In de huidige praktijk kan de gemeente vragen om een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of sociaal-medisch adviseur om die zorgrelatie aan te tonen. Lees meer over hoe u mantelzorg aantoont bij uw gemeente.
Een familiewoning is ook mogelijk zónder mantelzorg
Een familiewoning is een apart concept: daarvoor hoeft er geen sprake te zijn van een zorgvraag. Ouders en kinderen die gewoon bij elkaar in de buurt willen wonen, vallen ook onder deze regeling. Er is geen medische verklaring nodig, geen Wmo-indicatie en ook geen leeftijdsgrens. Dat maakt de doelgroep aanzienlijk groter dan bij een klassieke mantelzorgwoning.
Het gaat bij de landelijke familiewoning om eerstegraads bloedverwanten: ouders en kinderen (inclusief adoptie- en pleegkinderen). Broers, zussen, grootouders of kleinkinderen vallen niet automatisch onder de landelijke regeling.
Nieuwe wet familiewoningen 2026-2027: wat verandert er precies?
Wet versterking regie volkshuisvesting: wat is er al ingegaan per 1 juli 2026?
Op 1 juli 2026 is de Wet versterking regie volkshuisvesting in werking getreden. Deze wet legt de basis voor nieuwe, landelijk uniforme regels rondom wonen. Maar de concrete uitwerking, waaronder de regels die familiewoningen vergunningvrij maken, staan in een apart uitvoeringsbesluit.
Besluit versterking regie volkshuisvesting: wat verandert er per 1 januari 2027?
Naar verwachting treedt het Besluit versterking regie volkshuisvesting op 1 januari 2027 in werking. Dat besluit introduceert een landelijke ondergrens: gemeenten kunnen het bouwen en bewonen van een familie- of mantelzorgwoning dan niet meer tegenhouden met een omgevingsvergunning, mits aan de landelijke voorwaarden wordt voldaan. Dit is een fundamentele verandering ten opzichte van de huidige situatie, waarin gemeenten grote eigen beleidsruimte hebben.
Belangrijk: de details van dit besluit kunnen tot aan de publicatie in het Staatsblad nog wijzigen. Wij volgen de ontwikkelingen op de voet.
Wat geldt er in de tussenperiode nu, vandaag?
Op dit moment, in 2026, gelden nog de bestaande gemeentelijke regels. Een familiewoning kan nog niet op basis van de nieuwe landelijke regeling vergunningvrij worden geplaatst. Of een woning vergunningvrij mag, hangt nu af van het omgevingsplan van uw gemeente en het gemeentelijke beleid rondom mantelzorgwoningen en bijbehorende bouwwerken. Dat verschilt per gemeente.
Wilt u nu al weten wat er in uw gemeente mogelijk is? Een vergunningscheck via GoudStaete brengt snel duidelijkheid.
Heb ik nu al een vergunning nodig voor een familiewoning?
Wanneer is een familiewoning of mantelzorgwoning vergunningvrij?
In de huidige situatie kan een mantelzorgwoning onder voorwaarden vergunningvrij worden geplaatst op het achtererfgebied van uw eigen woning. De landelijke voorwaarden zijn dan onder meer: de woning staat op hetzelfde perceel als de hoofdwoning, er is sprake van een aantoonbare mantelzorgrelatie, en de woning voldoet aan de geldende maatvoering. Meer hierover leest u in ons artikel over een mantelzorgwoning bouwen zonder vergunning.
Wanneer heeft u toch een vergunning nodig?
Een vergunning is doorgaans nodig als de woning niet voldoet aan de maatvoering voor vergunningvrije bouwwerken, als uw perceel een monumentstatus heeft, of als uw gemeente aanvullende eisen stelt. Ook als er geen sprake is van mantelzorg in de huidige definitie, kan een vergunning vereist zijn. Lees meer over wanneer u wél een vergunning nodig heeft.
Wat doet uw gemeente ermee en waarom verschilt dat per regio?
Gemeenten hebben nu nog veel eigen beleidsruimte. De ene gemeente staat een woning van 80 m² vergunningvrij toe; de andere gemeente hanteert strengere grenzen of vraagt altijd een vergunning aan. Dat verklaart waarom u tegenstrijdige informatie tegenkomt. Na 1 januari 2027 verdwijnt deze gemeentelijke beleidsruimte grotendeels voor de landelijke familiewoning: gemeenten mogen dan niet meer strenger zijn dan de landelijke norm, maar wel ruimer.
Hoe groot mag een familiewoning zijn en welke voorwaarden blijven altijd gelden?
Maximale oppervlakte en bouwhoogte: de vaste grenzen
De maximale oppervlakte onder de nieuwe landelijke regeling wordt naar verwachting 100 m². Hoe groot u concreet mag bouwen, hangt af van de totale beschikbare oppervlakte op uw achtererf en de bestaande bijgebouwen die daar al staan.
De rekenregel in het ontwerpbesluit werkt als volgt:
- Bij een bebouwingsgebied van 100 m² of kleiner: maximaal 50% bebouwen.
- Bij een bebouwingsgebied tussen 100 en 300 m²: 50 m² plus 20% van het deel boven 100 m².
- Bij een bebouwingsgebied boven 300 m²: 90 m² plus 10% van het deel boven 300 m².
- Het absolute maximum is 100 m².
Heeft u al een schuur of garage op uw erf staan? Dan telt die mee. Een praktisch voorbeeld: u heeft een bebouwingsgebied van 250 m² en een bestaande garage van 25 m². De maximaal toegestane oppervlakte is dan 50 + 20% x 150 = 80 m², minus de 25 m² garage, wat neerkomt op nog 55 m² beschikbare ruimte voor een familiewoning.
De maximale bouwhoogte wordt naar verwachting 5 meter. Tot 3 meter is een plat dak toegestaan. Boven de 3 meter gelden aanvullende eisen aan de dakvorm.
Locatie op het erf: wat telt mee en wat niet?
De landelijke regeling geldt alleen voor het achtererfgebied van een bestaande, reguliere woning. Een familiewoning achter een bedrijfspand, op een los stuk grond zonder hoofdwoning of buiten het achtererfgebied, valt niet onder deze vergunningvrije regeling. De hoofdwoning moet bovendien een planologisch toegestane woonfunctie hebben.
Technische bouwvoorschriften waaraan elke familiewoning moet voldoen
“Vergunningvrij” betekent nadrukkelijk niet “regelvrij.” Ook een vergunningvrije familiewoning moet voldoen aan het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Dat betekent dat de woning moet voldoen aan eisen voor:
- Constructieve veiligheid
- Brandveiligheid
- Ventilatie en daglicht
- Energieprestatie
- Gezondheid
- Riolering en waterafvoer
Daarnaast kunnen regels voor bomenkap, flora en fauna, waterbeheer en burenrecht van toepassing zijn. Een goede leverancier helpt u ook met deze technische kant van de plaatsing.
Er komt naar verwachting ook een informatieplicht: u informeert de gemeente over de plaatsing van de woning, maar u hoeft niet te wachten op een vergunning of toestemming. De gemeente kan achteraf controleren of aan de voorwaarden is voldaan.
Kunt u nu al een familiewoning plaatsen voor later?
Vooruitplannen: mag dat juridisch en praktisch?
In de huidige situatie kunt u niet “alvast” een familiewoning plaatsen als er nog geen sprake is van mantelzorg of een aangetoonde zorgrelatie. De bestaande regels voor vergunningvrije mantelzorgwoningen vereisen een daadwerkelijke zorgvraag. Zonder die relatie heeft u een omgevingsvergunning nodig, en de gemeente beoordeelt dan of het past binnen het bestemmingsplan of omgevingsplan.
Dat verandert naar verwachting na 1 januari 2027: de familiewoning hoeft dan niet gepaard te gaan met een zorgvraag. Een stel van 60 jaar kan dan bij hun volwassen kind op het erf wonen, puur omdat ze dat willen, ook als er nog helemaal geen hulpbehoefte is.
Waarom een verplaatsbare woning het makkelijker maakt om vroeg te beginnen
De woningen van GoudStaete zijn verplaatsbaar. Dat maakt vroeg beginnen minder riskant: als de situatie verandert, kan de woning worden verplaatst of teruggenomen. U zit niet vast aan een permanent gebouw met een vaste bestemming. Dat maakt vooruitplannen concreet en laagdrempelig, ook als de toekomst nog onzeker is.
Wat gebeurt er met de familiewoning als de situatie verandert?
Uw kind vertrekt of uw ouder gaat naar een verpleeghuis: wat nu?
Het vergunningvrije woonrecht is juridisch gekoppeld aan de familierelatie of mantelzorgsituatie. Zodra die situatie eindigt, eindigt ook het vergunningvrije gebruik van de woning. U kunt de familiewoning daarna niet zomaar permanent aan een willekeurige derde verhuren als gewone tweede woning. Het gebouw mag planologisch als bijgebouw blijven staan, of opnieuw worden ingezet voor een nieuwe toegestane situatie.
De woning verplaatsen of terugnemen: hoe werkt dat in de praktijk?
Omdat GoudStaete-woningen verplaatsbaar zijn, hoeft een gewijzigde situatie niet te leiden tot een leegstaand gebouw dat u niet meer kwijtraakt. De woning kan worden verplaatst naar een andere locatie, worden teruggegeven of worden ingezet voor een andere familiesituatie. Dat is een concreet voordeel ten opzichte van een permanent gebouwde aanbouw of tuinhuis.
Juridische afspraken die u vooraf kunt maken om problemen te voorkomen
De nieuwe wet regelt het ruimtelijk bestuursrecht, maar niet het eigendomsrecht. Dat betekent dat u ook vooraf moet nadenken over:
- Eigendom: wie is eigenaar van de woning? Door natrekking kan een woning juridisch eigendom worden van de grondeigenaar. Een recht van opstal voorkomt dat. Lees meer over het recht van opstal bij een mantelzorgwoning.
- Financiering: wie betaalt de woning? Via spaargeld, een lening, een schenking of een hypotheekverhoging? Lees meer over de financiële constructies rondom een mantelzorgwoning.
- Fiscaliteit: de Belastingdienst hanteert eigen regels over of de woning als eigen woning wordt gezien. Laat u hierover adviseren door een fiscalist of notaris.
- Wat er later gebeurt: bij overlijden, verkoop of het einde van het familiegebruik kunnen de eigendomsverhoudingen complex worden. Leg afspraken vast bij een notaris.
Familiewoning plaatsen: de stappen die u doorloopt
Stap 1 – Controleer de regels in uw gemeente
Elke gemeente hanteert nu nog eigen beleid. Vraag een vergunningscheck aan om te weten wat er in uw specifieke situatie mogelijk is. GoudStaete helpt u daarbij.
Stap 2 – Bepaal of u nu of na januari 2027 wilt plaatsen
Als er sprake is van een bestaande mantelzorgsituatie, kunt u nu al starten via de huidige regels. Wacht u op de nieuwe familiewoningregeling omdat er geen zorgvraag is, dan is 1 januari 2027 het moment om te herberekenen. In de tussentijd kunt u alles voorbereiden.
Stap 3 – Leg juridische en financiële afspraken vast
Regel het recht van opstal als de woning op andermans grond komt. Leg eigendom, financiering en wat er bij beëindiging van het gebruik gebeurt schriftelijk vast, bij voorkeur via een notaris.
Stap 4 – Kies een woning en leverancier die bij uw situatie past
Let niet alleen op de prijs van de woning, maar ook op de technische kwaliteit, of de woning voldoet aan het Bbl en of de leverancier u ook begeleidt bij de juridische en gemeentelijke stappen. De kosten hangen af van het model, de mate van maatwerk, het perceel, de aansluitingen en het vergunningstraject.
Familiewoning plaatsen: uw volgende stap
U weet nu wat een familiewoning is, hoe de nieuwe wetgeving werkt en welke stappen u doorloopt. Of u nu een woning zoekt voor uw ouder, voor uw kind, of vooruit wil plannen voor uzelf: de mogelijkheden worden de komende jaren aanzienlijk groter. De kern is dat mantelzorg straks niet meer de verplichte toegangspoort is tot wonen op het erf.
Tegelijk blijft de situatie complex: gemeenten hanteren nu nog eigen regels, het definitieve besluit wordt pas op 1 januari 2027 verwacht, en juridische en fiscale vragen rondom eigendom, financiering en erfrecht vragen aparte aandacht. Het is begrijpelijk als u niet zeker weet of dit in uw specifieke geval haalbaar is.
GoudStaete is gespecialiseerd in verplaatsbare familie- en mantelzorgwoningen en begeleidt gezinnen door precies dit soort vragen. Wij kennen de huidige regels, volgen de nieuwe wetgeving op de voet en helpen u van vergunningscheck tot plaatsing.
Wilt u weten of een familiewoning haalbaar is voor uw situatie? Vraag een gratis adviesgesprek aan. In een kort gesprek krijgt u helderheid over de mogelijkheden die bij uw situatie passen.

